‘Kennis dé schakel tussen hulp en handel’

Kennis is een cruciale randvoorwaarde voor hulp en handel. Dat vinden vijf politieke partijen die deelnamen aan een verkiezingsdebat over dit thema.
Geschreven door Jeroen Langelaar
Verkiezingsdebat

In de aanloop naar de landelijke verkiezingen in maart gaan politici regelmatig met elkaar in debat over uiteenlopende thema’s. Een belangrijk thema in deze debatten is het buitenland- en internationaliseringsbeleid. Tijdens een online verkiezingsdebat op 12 februari ging het over de rol van kennis in hulp en handel en over gelijkwaardigheid en inclusie in internationale partnerschappen.

Deelnemers waren Dennis Wiersma (VVD), Tom van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks), Mustafa Amhaouch (CDA), Jan Paternotte (D66) en Kirsten van den Hul (PvdA). Het debat, georganiseerd door de SAIL-onderwijsinstellingen, stond onder leiding van Buitenhof-presentator Marcia Luyten.

Hulp, handel en kennisuitwisseling gaan steeds meer hand in hand en vormen het fundament voor duurzame partnerschappen. Internationale samenwerking is gediend bij een krachtenbundeling van onderwijs en wetenschap met economische en diplomatieke netwerken. Ook de politiek ziet hiervan de waarde en onderstreept het belang van meer beleidscoherentie en een gemeenschappelijke kennisagenda. De Nederlandse kennissector is daarin de verbindende schakel.

Eerlijke verdeling 

Het eerste thema van het debat werd ingeleid door Marhijn Visser van VNO-NCW/MKB-Nederland. Visser riep op tot een meer integrale aanpak van hulp, kennis en handel met een minister in het nieuwe kabinet op dit thema. Hij pleitte voor meer bilaterale programma’s rond kennis en innovatie en nodigde de overheid uit voor het samen ontwikkelen van een publiek-private Afrika-strategie.

Marcia Luyten

Ondanks de uiteenlopende politieke kleuren van de deelnemers waren ze het allen eens met de stelling dat kennissamenwerking essentieel is voor hulp en handel. “Kennis moet eerlijker worden verdeeld”, zei Van den Hul (PvdA). Corona onderstreept wat haar betreft dat op dit vlak ‘nog een wereld te winnen’ is. CDA’er Amhaouch was het daarmee eens. “Er is geen gelijk speelveld. We hebben de maatschappelijke verantwoordelijkheid om daarin te investeren.” 
 
“Kennis is hét middel om landen verder te helpen”, vond ook Wiersma (VVD). Hij hekelde wel het gebrek aan wederkerigheid in handel en kennisuitwisseling. De VVD’er noemde in dat kader het handelsvoordeel dat China krijgt omdat het ‘onterecht als ontwikkelingsland wordt aangemerkt’.  

Hulp, handel en kennisuitwisseling gaan steeds meer hand in hand en vormen het fundament voor duurzame partnerschappen

Alumni-netwerken 

GroenLinks-Kamerlid Van den Nieuwenhuizen voegde daaraan toe dat kennisuitwisseling niet alleen gaat over Nederlandse studenten die in het buitenland studeren, maar ook om ‘het omarmen van alumni-netwerken’ van buitenlandse studenten die in Nederland hebben gestudeerd. Zij belanden regelmatig op invloedrijke posities. Zij hebben een positief beeld over Nederland en ervaring opgedaan met de Nederlandse manier van handeldrijven. Het Kamerlid noemde dit culturele begrip ‘essentieel voor handel’.

CDA’er Amhaouch vertelde daarop hoe hij tijdens werkbezoeken zelf heeft ervaren hoe waardevol Nederlandse alumni zijn voor hun eigen land én voor Nederland. 

Te veel multilaterale samenwerking? 

De Kamerleden wisselden met elkaar van gedachten over de vraag of Nederland te zwaar inzet op multilaterale samenwerking, zoals onder andere via de Wereldbank. Een aanzienlijk deel (42 procent) van het Nederlandse ODA-budget gaat naar deze vorm van ontwikkelingssamenwerking.

PvdA en GroenLinks zijn het eens met de stelling en van mening dat minstens 30 procent via lokale organisaties, zoals NGO’s, moet worden georganiseerd. Hierdoor zou er meer oog zijn voor de hulpvraag en context ter plaatse. Ook zouden vrouwen, migranten en LHBT’ers zo beter worden bereikt, meende Van der Hul (PvdA), die tevens voorstander is van verhoging van het ODA-budget.

Van den Nieuwenhuizen (GroenLinks) vulde aan dat hoewel multilateraal zeker nodig is, hij het als een gevaarlijke tendens ziet dat financiering van ‘waardevolle bilaterale programma’s zoals het Orange Knowledge Programme, dat draait om duurzame samenwerking tussen Nederlandse kennisinstituten en onderwijsinstellingen in ontwikkelingslanden’, vanuit ODA steeds meer onder druk komen te staan.

Fundament met accenten 

D66 wees er echter op dat juist een klein land als Nederland baat heeft bij een multilaterale aanpak. Alleen optrekken op het gebied van bijvoorbeeld waterbeheer is prima, betoogde hij, maar ‘je wilt niet dat alle EU-landen alles zelf gaan doen’, zeker niet als je een sterke handelspositie zoekt op het wereldtoneel.

Zijn CDA-collega Amhaouch ziet multilaterale samenwerking als een ‘fundament’ met bilaterale programma’s als waardevolle toevoegingen ‘om accenten te kunnen leggen’. De komende vier jaar wil zijn partij meer investeren in bilaterale consortiaprogramma’s ter bevordering van handel.

Dennis Wiersma (VVD) was het met de stelling eens in het geval van hulp, ‘zodat we voorwaarden kunnen stellen op thema’s en sectoren die wij belangrijk vinden’, maar oneens met betrekking tot handel. “Juist op handel hebben we behoefte aan het gelijke speelveld, en daarvoor moet je samen, dus multilateraal optrekken”, aldus Wiersma.

De balans tussen Nederlandse en lokale belangen bleven de gemoederen tijdens het debat bezighouden. 

Coherentie in beleid hulp en handel 

De politici waren het eens over het belang van duidelijke beleidscoherentie tussen hulp en handel, maar erkenden dat in de praktijk daar niet altijd sprake van is.

De PvdA pleitte daarom voor een ‘SDG-toets’ voor nieuw beleid van elk ministerie, om de coherentie en consequenties van SDG-beleid beter in beeld te krijgen. Amhaouch (CDA) vulde aan: “Incoherenties en incidenten moeten we aanpakken, maar ik ben trots op de Nederlandse bedrijven die voor werkgelegenheid zorgen in diverse Afrikaanse landen. Laten we vooral met die multinationals en kennisinstellingen samenwerken, zodat we lokaal banen kunnen creëren, met lokale producten.”

Marhijn Visser van VNO-NCW sloot het thema af met de opmerking dat het bedrijfsleven ook vindt dat er de komende jaren minder bezuinigd moet op het OS-budget. 

Gelijkwaardigheid in partnerschappen 

Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw aan het International Institute of Social Studies (Erasmus Universiteit Rotterdam) leidde het tweede thema in. Zij benadrukte dat Nederlandse onderwijsinstellingen een cruciale rol spelen in de opbouw van onderwijs in ontwikkelingslanden. Hilhorst typeerde onderwijs als ‘een baken’ in een fragiele samenleving.

“Onderwijssamenwerking is niet alleen belangrijk op economisch front, maar ook voor het overbrengen van waarden als vredesopbouw en mensenrechten.”

Lokale belangen leidend? 

De balans tussen Nederlandse en lokale belangen bleven de gemoederen tijdens het debat bezighouden. Het CDA stipte aan dat focussen op lokale belangen nobel klinkt, maar dat de belangen van een regime en de bevolking nogal uit elkaar kunnen liggen. Amhaouch pleitte voor een brede benadering met daarbij oog voor de belangen van Nederlandse kennisinstellingen en bedrijfsleven. “Win-win is geen taboe.”

De PvdA zet de lokale belangen voorop. “Er is nog steeds sprake van enorme ongelijkheid in de wereld en lokale belangen zijn te lang genegeerd.” Als kanttekening stelt Van der Hul dat Nederland wel oog moet houden voor de rechtstaat en het beschermen van kwetsbare groepen, zelfs als dat indruist tegen lokale wetgeving. Als voorbeeld noemt ze Oeganda dat strenge anti-LHBT-wetgeving hanteert, maar waar Nederland zich wel blijft inzetten met projecten.

Volgens VVD’er Wiersma raken lokale en Nederlandse belangen elkaar en moet ‘wederkerigheid’ leidend zijn. Paternotte (D66) benadrukte dat als Nederland alleen ingaat op lokale behoeften, ‘we niet het beste brengen wat Nederland te bieden heeft’. “Laten we de dingen waar we goed in zijn in de etalage zetten.”

Terugtrekken geen optie 

GroenLinks gelooft sterk in ‘lokaal eigenaarschap’ en lokale belangen, mits die in lijn zijn met de SDG’s. “De realiteit is dat niet alle landen dezelfde normen en waarden delen”, aldus Van den Nieuwenhuizen. “Maar los daarvan hebben we universele mensenrechten en SDG’s. Die gelden voor iedereen. Als landen dit actief frustreren, moeten we een lijn trekken.”  

Geen van de Kamerleden toonde zich echter voorstander van terugtrekking. Continu ‘engagen’ en grenzen bewaken, luidde het devies van VVD’er Wiersma. “Juist als het niet goed gaat met democratische waarden, moet je blijven samenwerken.”

Verkiezingsdebat

Kijk het volledige verkiezingsdebat terug op YouTube

Andere debatten met het thema buitenland en internationale samenwerking: